Evolutie riviermorfologie in Dijle, Mombeek, Grote Gete en Grote Nete

09-11-2018

Een eerste doelstelling van WP1 is de reconstructie van de veranderingen in riviermorfologie. Hiervoor werd het voorbij jaar historische data vergeleken met nieuwe opmetingen van de morfologie van het rivierkanaal.

Verzamelen van historische gegevens: In archieven en digitale databanken werd gezocht naar oude opmetingen van rivierkanalen. In de Wateratlassen uit 1886 en 1950 zijn er gegevens over breedte en diepte beschikbaar. Rond de jaren '70 werd er een gebiedsdekkende kartering gedaan voor onbevaarbare rivieren in Vlaanderen, waarbij op regelmatige afstanden langsheen de rivier de dwarssectie gedetailleerd werd opgemeten. In 1999 werd deze algemene opmeting opnieuw uitgevoerd en ook hiervan zijn de gedetailleerde dwarsprofielen beschikbaar.

Nieuwe opmetingen van dwarsprofielen: We willen natuurlijke weten hoe de evolutie van het rivierkanaal zich heeft verdergezet sinds 1999. Er werden daarom in 2017 en 2018 nieuwe opmetingen gedaan in verschillende studiegebieden: Dijle, Herk-Mombeek, Grote Gete, Mene-Jordaan en Grote Nete.

Door het samenbrengen van al deze data kan een beeld gevormd worden van de evolutie van het rivierkanaal. Per gebied kan de verandering in breedte, diepte en oppervlakte van de dwarssectie geanalyseerd worden. Als we dwarsprofielen uit de verschillende periodes op elkaar leggen dan zien we op sommige plaatsen lokaal ook een uitgesproken verandering van de morfologie van het rivierkanaal. Een voorbeeld hiervan is een dwarsprofiel van de Mombeek tussen Wimmertingen en Sint-Lambrechts-Herk (Figuur 1).

Figuur 1: Voorbeeld van dwarsprofiel van de Mombeek opgemeten in 1965, 1999 en 2017

Er werd ook nagegaan hoe de visie van riviermanagement is geƫvolueerd doorheen deze periode, door documenten uit archieven te analyseren en door te praten met de mensen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de rivier. Zo wordt getracht de menselijke impact en de natuurlijke veranderingen van elkaar te onderscheiden. Verdergaand op het voorbeeld van de Mombeek, kunnen we de evolutie tussen 1965 en 1999 hoogstwaarschijnlijk koppelen aan de normalisatiewerken die zijn uitgevoerd rond de jaren '70.

Naast het analyseren van trends kunnen we nog een stap verdergaan. Door de resultaten van de oppervlakte van de dwarssectie te interpoleren overheen de hele rivier maakten we een schatting van het volume van het rivierkanaal over een bepaalde sectie van de Dijle in de Doode Bemde (Figuur 2). Dit cijfer geeft dus het maximum volume water dat het deze sectie van de rivier kan bevatten. Op basis van een simpel model zullen we dit nu proberen linken aan de overstromingsfrequentie van dit gebied.

Figuur 2: Volume van het rivierkanaal voor een sectie van de Dijle in de Doode Bemde.

  • Meer weten? Contacteer Katrien Wouters: katrien.wouters@kuleuven.be